This website stores cookies on your device. These cookies are used to improve our website and provide more personalized services to you.
To find out more about the cookies we use, see our Privacy Policy.

AcceptDecline
 menu

Services & Facilities

Regulations Brightlands Chemelot Campus

English translation and hyperlinks to downloads will follow shortly.

Voorwoord

De Brightlands Chemelot Campus (BCC) is een plaats voor onderzoek naar chemie en materialen. Hier vindt u onder meer kantoren, laboratoria, proeffabrieken, parkterreinen en wegen, groen, technische infrastructuur. Zij wordt beheerd door de BCC-organisatie. Daarnaast biedt de campus ook ondersteunende diensten en faciliteiten. Dit alles is gericht op hoogwaardig onderzoek en een stimulerend klimaat, onder de Brightlands-vlag.

U maakt deel uit van een bruisende internationale gemeenschap van vakmensen en wetenschappers die werkzaam zijn voor allerlei organisaties: R&D-afdelingen van grote chemische bedrijven; MKB-bedrijven; startups; hoger onderwijs- en onderzoeksinstituten.

Binnen deze gemeenschap gelden de in dit document beschreven regels en -voorschriften gericht op het voorkómen van ongewenste voorvallen en het vlot en efficiënt werken van de hele gemeenschap. Het is ons aller belang dat we ze kennen en er naar handelen.

Deze regels zijn gebaseerd op de Nederlandse wet- en regelgeving en de regels van de Chemelot site. Ze zijn gericht op beheersen van de risico’s voor Veiligheid, Gezondheid, Milieu en Beveiliging (In het Nederlands afgekort tot VGM. In het Engels tot SHE: Safety, Health, Environment).


Bert Kip, CEO Brightlands Chemelot Campus
Luc Lanclus, Site Manager Brightlands Chemelot Campus

1 Inleiding

1.1 Wat, waarom, van en voor wie?

Dit document geeft de voorschriften en gedragsregels die gelden op de Brightlands Chemelot Campus (BCC). De voorschriften beogen incidenten en voorvallen met gevolgen voor veiligheid, gezondheid, milieu en beveiliging te voorkomen. Ze maken deel uit van de huurovereenkomst tussen Brightlands en de huurder. Ze zijn opgesteld door de SHE-afdeling BCC in overleg met (vertegenwoordigers van) de huurders, het SHE&S overleg. Ze zijn bekrachtigd door Policy Board van de Chemelot Site, de directie van Brightlands Chemelot Campus en de Community Board van de Brightlands Chemelot Campus waarin alle huurders vertegenwoordigd zijn.

Iedereen op de Campus is gehouden aan deze regels via de huurovereenkomst of gelijkwaardige contracten (bv. met dienstenleveranciers). BCC sluit huurcontracten af met huurders. Daarin is nauwkeurig geregeld wat er wordt gehuurd (kantoren, laboratoria, hallen, enz.) en onder welke voorwaarden. Een van de voorwaarden is dat de huurder zijn medewerkers, studenten, leveranciers, afnemers, bezoekers, enz. informeert en instrueert over deze regels opdat ze worden opgevolgd en nageleefd.

1.2 Grondslagen en context

De basis van de regels in deze regelgeving zijn de regels van de Chemelot site en de Nederlandse staat. Het doel van de wetgeving en deze SHE-voorschriften is risico’s identificeren en beheersen door passende maatregelen. Ze maken - samen met o.a. leiderschap, borging, aantoonbaarheid, en continue verbetering - deel uit van de principes van goed bestuur.

Iedereen op de campus (medewerkers, huurder, firma’s, bezoekers) maakt deel uit van een gemeenschap. Voor het behoud en bloei van de gemeenschap zijn deze regels essentieel. Stel dat uw buurman een incident heeft dat schade aan uw installaties toebrengt of onze milieuvergunning in gevaar brengt. We willen niet onze Licence to Operate op het spel zetten.

De kern is daarom ‘bezint eer ge begint’ en ‘voorkomen is beter dan genezen’.

De verwachting is dat er professioneel wordt gewerkt: dat wordt gekenmerkt door goede voorbereiding, zorgvuldige uitvoering en aantoonbare resultaten. Goede voorbereiding betekent een analyse van de doelen, de context en randvoorwaarden; een integrale planning. De uitvoering omvat naast het feitelijke werk ook communicatie tussen direct betrokkenen. De resultaten borgen betreft naast het bereikte doel vastleggen, ook informatie over de naleving van de randvoorwaarden. Deze drie stappen zijn essentieel voor extern (verantwoordelijkheid afleggen) en intern gebruik (leren).

Het doel is de risico’s van alle activiteiten zo laag mogelijk krijgen. In het Engels As Low As Reasonably Practicable, ALARP.

1.3 Toezicht en handhaving

De onderstaande voorschriften en regels zijn kritisch voor het succes van de Campus op kortere én langere termijn. Toezicht op de naleving vindt plaats door inspecties en audits, zodat inzichtelijk wordt waar verbeteringen mogelijk zijn. Het jaarlijkse inspectie- en auditplan wordt namens de Site manager door BCC SHE aan de Campus bewoners verstrekt.

Indien nodig kan en zal er handhavend worden opgetreden door de Site manager BCC. De afhandeling vindt plaats overeenkomstig de guideline “Nalevingsbeleid m.b.t. regelgeving”.

1.4 Werkingsgebied en ontheffing

De onderstaande voorschriften en regels zijn minimumvoorschriften en gelden op het hele campusterrein. Na indiening van een schrift-elijk en met argumenten onderbouwd verzoek, kan de Site Manager ontheffing verlenen.

1.5 Bekendmaking en verspreiding

Dit document en verdere ondersteunende informatie is te vinden op de Brightlands website. Twee keer per jaar (per 1 januari en 1 juli) wordt een bijgewerkte versie gepubliceerd op de Brightlands-website.

1.6 Milieuvergunning

De overheid beschouwt de hele Chemelot site als één inrichting en heeft één vergunning verstrekt op grond van de Wet milieubeheer (thans WABO) aan Chemelot Site Permit BV (CSP), de formele vergunninghouder. In deze vergunning worden o.a. maximumemissies, voorschriften en rapportages opgelegd. Zo is er een CSP BRZO veiligheidsrapport [1], een CSP management systeem, één Chemelot bedrijfsnoodplan en één calamiteitenorganisatie. Uit dien hoofde maakt CSP afspraken met de bedrijven die op de Chemelot site opereren en gebruik maken van de infrastructuur. Ook toetst CSP de naleving van deze afspraken.

BCC heeft - net als andere site users - een eigen WM/WABO deelvergunning en is juridisch aansprakelijk voor naleving. Door middel van de huurcontracten worden deze voorschriften aan de huurders opgelegd. Op de campus fungeert de vergunning dus als een koepel. Het totaal van de activiteiten moet binnen deze kaders blijven.

[1] BRZO = Besluit Risico Zware Ongevallen. De Nederlandse implementatie van de Post Seveso Richtlijn.

1.7 Arbowet

De arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) regelt de veiligheids- en gezondheidsaspecten van arbeidsverhoudingen. Primair daarbij zijn de werkgever en zijn werknemers. De Arbowet schrijft ook voor dat werkgevers moeten samenwerken aan de veiligheid en gezondheid.

De kern van de Arbowet is:

(1) inventariseren en evalueren van risico’s (RIE)
(2) treffen van maatregelen om de risico’s te minimaliseren
(3) instrueren en communiceren over de veiligste werkwijze
(4) samenwerking tussen werkgever en werknemers en tussen bedrijven en firma’s als ze dicht bij elkaar werken.

In de loop der jaren zijn voor veel risico’s doelmatige en doeltreffende praktijken ontwikkeld en geformaliseerd. Onderstaande voorschriften in deze BCC regelgeving zijn de best practices voor arbeidsrisico’s toegesneden op de situatie op de Campus. Ze zijn bekrachtigd door de directie van Brightlands Chemelot Campus en de Community Board van de Brightlands Chemelot Campus waarin alle huurders vertegenwoordigd zijn. De huisbazen op de BCC zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de voorschriften.

1.8 Beveiliging

Beveiliging (security) is het voorkomen dat er incidenten en voorvallen plaatsvinden door moedwillig optreden van kwaadwillenden. Dit valt uiteen in site-security (brandstichting, bomaanslagen, actievoerders, enz.), personal security (pesten en ongewenst lastigvallen, diefstal, enz.) en information security (databeveiliging). Beveiliging vormt een integraal onderdeel van onderstaande regelgeving.
BCC is van Chemelot Industrial Park, volledig afgescheiden door een hekwerk met poorten/tourniquets die voldoen aan de vereisten voor een eerste lijnshekwerk; de toegang bij de gate voldoet niet aan die vereisten. De Campus heeft de security grenzen op het niveau van de gebouwen gelegd (enkel toegang met een geautoriseerde pas of na aanmelding bij de receptie). De toegangscontrole van de Campus is dus enkel gericht op Safety en registratie, niet op security. Door Sitech Services Security wordt buiten de gebouwen wel toezicht gehouden op de periferie hekwerken en gehandhaafd op de naleving van de toegangsregels.

In een noodsituatie kan het eerste lijnshekwerk om BCC zelf gesloten worden vanuit de Centrale meldkamer Park Services ACC door sluiten van het hekwerk voor de gate 2. Een aantal onderdelen van BCC vallen buiten dit eerste lijnshekwerk van de Campus (van Itterson gebouw 124-37, Lanxess gebouw 111-160, Pharmacell/InsciTe gebouw 111-14/17/18).

Bewoners/bezoekers kunnen vanuit security oogpunt verzocht worden om de BCC pas te tonen en zich te legitimeren.

1.9 Leeswijzer

Om de leesbaarheid en toegankelijkheid te vergroten zijn de regels compact en helder geformuleerd. Daarom zijn verwijzingen naar specialisten en best practices toegevoegd. Daarnaast is er een index en een lijst met bijlagen die los op het Chemelot-internet zijn te vinden. Vragen, opmerkingen, suggesties voor verbetering zijn welkom bij de BCC SHE Manager.

2 Veiligheid gezondheid en milieu

2.1 Doel

De doelen van de VGM-zorg (SHE management) in de campus gemeenschap (incl. huurders, bezoekers en firma’s) zijn:

  • Het realiseren van een ongeval vrije en incidentvrije werkomgeving
  • Het voorkomen van alle beroepsziekten en gezondheidsproblemen ten gevolge van activiteiten op de Chemelot site
  • Het voortdurend evalueren en verbeteren van de wijze van werken en dienstverlening, opdat deze veilig en acceptabel zijn en blijven voor medewerkers, klanten en de omgeving, zodat de ‘Licence to Operate’ geborgd blijft
  • Geen aantasting van het draagvermogen van het milieu.

Deze doelen gelden voor alle personen op de campus, ongeacht hun status. Om deze doelen te bereiken heeft BCC - in nauw overleg met de huurders - een VGM-managementsysteem ontwikkeld. Hierin is beschreven hoe BCC zowel op strategisch als operationeel niveau is georganiseerd en functioneert. Dit document met voorschriften is beperkt tot afspraken op operationeel niveau.

2.2 Rollen

De belangrijkste rollen op operationeel niveau zijn.

De Huisbaas voert namens de huurder/eigenaar het dagelijks beheer van de ruimtes, gebouwen en installaties die aan hem/haar zijn toegewezen en vastgelegd. Daaronder valt onder meer:

  • Afspraken maken met bewoners, bezoekers en firma’s over de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden m.b.t. VGM.
  • Onderkennen van de VGM-risico’s verbonden aan het binnen het huisbaasgebied uitgevoerde activiteiten
  • Passende maatregelen treffen om de VGM-risico’s tot een minimum te verlagen
  • Melden van ongewone voorvallen aan de CvD.
  • Aanspreekpunt voor CvD /Day Officer indien er in het huisbaasgebied aan gebouwgebonden installaties gewerkt moet worden.
  • Administreren van in zijn huisbaasgebied aanwezige chemicaliën.
  • Functioneert als Chef Ontvangend (CO) bij werkvergunningen in zijn huisbaasgebied en/of aan zijn installaties.
  • Beheren van VGM-documentatie van, gebouw, utilities, installaties en opstellingen (handleidingen, tekeningen, testrapporten, PED-verklaringen, etc.)
  • Orde, netheid en veiligheidssignalering.
  • Overleg en informeren van BHV’ers in zijn gebouw.

Opm. de verhuuradministratie van BCC heeft een overzichtslijst van huisbazen.

De Chef van Dienst (CvD) treedt op namens de sitemanager als de huisbaas van installaties, gebouwen, wegen & terreinen met algemene functies en niet verhuurde ruimtes. De CvD is medewerker van het Operationeel Centrum dat op 24/7 basis opereert. Tot de kerntaken horen o.a.:

  • Ontvangen en instrueren firmamedewerkers over veiligheidsregels en –voorzieningen
  • Opmaken van werkvergunningen (rol Chef Ontvangend);
  • Dagelijks sluiten van gebouwen rond 20.00u en opent ze rond 07.00u; Dit gebeurt door Park Protection Services
  • Optreden als meldpunt voor alle voorvallen, incidenten en ongevallen;
  • Coördineren en repressief optreden bij incidenten. Inroepen van steun van Chemelot diensten van het Alert & Care Center (ACC).
  • Verzorgen van meldingen van ongewone voorvallen naar overheden en Chemelot Site Permit BV via Centrale Meldkamer Park Services (CMPS ACC) [1]
  • Beheer afvalstromen en gasflessen
  • Uitgifte, beheer en overwaking van campus bewoners via Safetel (bij solitair werken)
  • Bevoegd persoon m.b.t. aanvraag firma passen en VTA (Vergunning tot Afvoer)
  • Toezichthouder op firma’s.

[1] Alle ongevallen en voorvallen met (moge­lijk) letsel en voorvallen en ongewone voor­vallen met moge­lijke milieugevolgen moeten worden ge­meld aan de Chef van Dienst in het Operational Center:

Alarmering:
- Mobiel: +31622904304
- Vast: +31464764444

Niet urgent:
- Mobiel: +31651425015
- Vast: +31464767182

De Day Officer:

  • Ontvangen en instrueren firmamedewerkers over veiligheidsregels en –voorzieningen
  • Uitschrijven van werkvergunningen.

De Chef Ontvangend (CO) is bij een werkvergunning de functionaris die besluit tot wel/niet toepassen van een werkvergunning. Hij accordeert en ondertekent namens de ontvangende afdeling de voorwaarden, zoals die zijn vastgelegd in de werkvergunning, waaronder de werkzaamheden mogen worden uitgevoerd. Doorgaans is dit de Day Officer, de CvD of de Huisbaas CO.

De Directe Chef Ontvangend (DCO) is de functionaris die ter plaatse accordeert voor aanvang van het werk. De DCO controleert ter plaatse of alle voorgeschreven maatregelen genomen en of de werkomgeving veilig is.
Voor alle (D)CO’s is de opleiding VCA Vol verplicht. Dit met uitzondering van de DCO’s in de labzalen van de op de campus aanwezige bedrijven en instituten. Als alternatief voor VCA-VOL is VCA-basis aangevuld met operationele beheerselementen toegestaan.

De Chef Uitvoerend (CU) en de Directe Chef Uitvoerend (DCU) zijn bij een werkvergunning de uitvoerende partij die niet bekend zijn met de lokale risico’s, maar wel met de aard van de werkzaamheden. Zij treffen maatregelen zodat het werk veilig kan plaatsvinden. Doorgaans zijn de CU en de DCU firmamedewerkers. Voor alle (D)CU’s is de opleiding VCA Vol verplicht.

De BCC SHE Manager is beheerder van het VGM managementsysteem:

  • Bewaakt externe ontwikkelingen in wet- en regelgeving en beoordeelt de relevantie voor BCC• Bewaakt de naleving van de vergunningen en het VGM-zorgsysteem
  • Adviseert campusbewoners over beheersing van risico’s; naleving van BCC-voorschriften en wet- en regelgeving
  • Overlegt met interne en externe belanghebbenden
  • Rapporteert aan Site Manager.

De Site Manager is bestuurder van BCC namens de CEO:

  • Eindverantwoordelijk voor VGM op de Campus
  • Rapporteert aan CSP en de autoriteiten.

2.3 Ongevallen en voorvallen melden

De prestaties op VGM-gebied van Chemelot en - dus ook van de Campus - worden maandelijks gepubliceerd en omvat onder meer aantal ongevallen met verzuim, met aangepast werk en met medische behandeling. Daarom is het noodzakelijk dat alle ongevallen worden geregistreerd.
In het kader van de Wet Milieubeheer, Wet bodembescherming en de Kernenergiewet bestaan er ook verplichtingen om klachten, voorvallen en overschrijdingen te melden aan de autoriteiten. De Chef van Dienst verzorgt deze meldingen in samenspraak met de huisbaas waar het voorval plaatsvond.

2.4 Aannemers

Op BCC werken er regelmatig behalve medewerkers van BCC en huurders ook aannemers. Aannemers (synoniemen: contractors en firma’s) zijn opdrachtnemers. Om meerdere reden verdient deze groep speciale aandacht. Ten eerste heeft hun werk vaak een verhoogd risico (op hoogte, aan installaties, industrieel reinigen). Ten tweede zijn ze kort op de site en onbekend met de gevaren op de campus en voorzorgmaatregelen die hier gelden. Ten derde verstoort hun werk de normale routine ter plaatse.

Aannemers die werkzaamheden met verhoogd risico uitvoeren beschikken over een VCA* of VCA** certificaat. Als verhoogd risico gelden de volgende disciplines (zowel engineering als uitvoering): werktuigbouw, elektrotechniek, instrumentatie en besturing, civiel, montagewerk, isolatiewerken, steigerbouw, industriële reiniging, stralen, schilderen, conserveren, verticaal transport en slopen.

VCA* is voor monodisciplinaire opdrachten met een kleinere omvang. VCA** is voor multidisciplinair werk met een grotere omvang. VCA-certificaten worden georganiseerd door de Stichting samenwerken Voor Veiligheid (SSVV). Bij VCA-certificering horen ook opleidingen en instructies voor verschillende risicovolle taken zoals steigerbouw, gebruik mobiele werkplatforms, heftruck rijden. De opleidingengids van de SSVV is hier te vinden. Hier is ook alles te vinden over het Veiligheidspaspoort.

2.5 Opleiding en instructie

2.5.1 VCA aannemerpersoneel

Medewerkers van VCA-plichtige aannemers hebben een diploma B-VCA of Vol-VCA. De eerste is voor uitvoerend personeel. Vol-VCA is voor leidinggevend personeel.

2.5.2 Poortinstructie

Iedereen, behalve bezoekers op de campus volgen vooraf de poortinstructie. Zie ook het hoofdstuk Site toegang (hieronder).

Nieuwe medewerkers worden door hun werkgever of toezichthouder aantoonbaar geïnstrueerd over de belangrijkste gevaren en voorzieningen, het belang van zorg voor VGM voor de hele Brightlands Chemelot Campus. De veiligheidskaart kan hierbij worden gebruikt. Bovendien is er een onboarding programma dat de introductie van nieuwe medewerkers ook op het VGM gebied ondersteunt. Iedere contractor die werkzaamheden voor derden uitvoert moet in bezit zijn van de veiligheidskaart. De instructie van de veiligheidskaart wordt alleen door de CVD of Day Officer gegeven.

2.5.3 Bedrijfshulpverlening

Nabij alle werkplekken zijn bedrijfshulpverleners (BHV’ers). De werkplekken van bedrijfshulpverleners zijn herkenbaar aan de groene bordjes met een witte helm en kruis. Zij treden op bij kleine ongemakken en ongevallen; bij het onwel worden van personen en controleren ruimtes bij evacuaties (floor sweepen). Zij weten hoe te handelen bij een alarmering of ontruiming.

Overal op de campus zijn draagbare blustoestellen om een kleine beginnende brand te blussen. Bij onkundig gebruik zijn deze ineffectief en gevaarlijk. Daarom altijd eerst alarm slaan voordat je ze gebruikt. De cursus voor BHV’er omvat ook de instructie kleine blusmiddelen.

De BCC SHE manager coördineert de opleidingen en oefeningen voor BHV'ers.

2.5.4 Last Minute Risk Assessment

Mensen die werk met verhoogd risico uitvoeren zijn aantoonbaar geïnstrueerd in deze methode om veilig werken voor aanvang te evalueren. De instructie is te vinden op het Chemelot-internet. Deze instructie wordt ook gegeven door de Day Officer en aangetekend op de veiligheidskaart of in het veiligheidspaspoort. Lijst van LMRA Instructeurs is voorhanden bij de Chef van Dienst.

De BCC SHE-afdeling verzorgt op verzoek een train-de-trainer cursus.

2.5.5 Aansluiten gasflessen

Medewerkers die de cursus omsluiten gascilinders met succes hebben afgerond mogen deze handelingen uitvoeren.

De BCC SHE-afdeling heeft meer informatie.

2.5.6 Operationele beheerselementen

Deze cursus doceert de procedure Werkvergunningen, hulpmiddelen als LoToTo, Job Safety Analysis (JSA), overdracht van systemen en ruimtes. Het omvat uitleg van de procedure en de opleiding wordt gecoördineerd door de BCC SHE manager.

De cursus operationele beheerselementen in combinatie met een VCA-basis certificaat is de vereiste om de rol van DCO in de labzalen van de op de campus aanwezige bedrijven en instituten te vervullen.

2.6 Brightland Campus Practices

2.6.1 Beheersen van SHE risico’s

Het beheersen van SHE risico’s is de invulling van de grondslagen (zie 1.2) en rollen (zie 2.2). Vooraf worden risico’s in kaart gebracht en beheersmaatregelen getroffen. Veelal volstaan bestaande maatregelen zoals gedocumenteerd in instructies, tekeningen en handleidingen. Bij wijzigingen moeten risico’s van de nieuwe situatie en het wijzigen in kaart worden gebracht. Na afloop worden de resultaten vastgelegd in logboeken, proces-verbaal, formulieren enz. De functie is enerzijds borging en anderzijds grondslag voor review en verbetering.

Er is ook een extern doel: SHE-jaarverslag voor belanghebbenden en behoud van de License to Operate).

2.6.2 SHE risico’s bij wijzigingen

Men spreekt van Management of Change bij het wijzigen van de organisatie, installaties, opstellingen en faciliteiten (bijv. in verander-, nieuwbouwprojecten). Normaliter zijn er dan twee integrale beslismomenten. [1] Aan het begin worden de eisen- en randvoorwaarden gedefinieerd. Kort voor ingebruikname worden de beheersmaatregelen en rest-risico’s beoordeeld.

[1] Met inbreng van alle disciplines.

Als de wijziging invloed kan hebben buiten het gebied van de huisbaas, of een potentieel dodelijk ongevalscenario kan veroorzaken dan moet de wijziging aan de Campus Acceptatie Commissie worden voorgelegd.
Als bij wijzigingen (delen van) installaties of apparatuur wordt overgedragen aan anderen (afval, opslag, verkoop), dan moet dit eerst worden gereinigd, zodat er geen mens- of milieugevaarlijke stoffen meer in aanwezig zijn. Het reinigingsformulier borgt dat deze reiniging zorgvuldig gebeurt.

De Brightlands Chemelot Campus Practices MoC & Acceptatie commissie geven meer informatie. Overige vragen kunt u stellen aan BCC SHE manager.

2.6.3 Werkvergunningen

De werkvergunning borgt SHE-maatregelen bij bijzondere gevaren. Door de vergunning vindt afstemming plaats tussen de ontvangende partij en de uitvoerende partij over de lokale risico’s, de risico’s van het werk en hoe beiden het best beheerst kunnen worden.

Er zijn twee soorten vergunning. Voor hoog risico werk is een werkvergunning noodzakelijk. Voor middel risico werk volstaat een toets en schriftelijke vastlegging van de toestemming op het zogenaamde overdrachtsformulier.

De procedure Werkvergunningen geeft meer informatie. Verdere vragen kunt u stellen aan de Day Officer.

2.6.4 Lock-out Tag-out Try-out

De Practice “Lock-out, tag-out, try-out (LoToTo)” is gericht op het beschermen van personen die werkzaamheden uitvoeren aan installaties of apparatuur, die zijn voorzien van energiebronnen of die opgeslagen energie kunnen bevatten. Het beschermen van personen gebeurt door het creëren van een fysieke afscherming. LOTOTO voorkomt het onbedoeld in beweging komen en/of het onbedoeld vrijkomen van energie en/of gevaarlijke stoffen.

Verdere informatie staat in de Brightlands Chemelot Campus LoToTo Practice.

2.6.5 Life Saving Rules

Op de Chemelot site – en dus ook op de Brightland campus - gelden 12 Life Saving Rules. Deze regels geven ondubbelzinnige voorschriften om veilig te kunnen werken; over:

  • Toestemming:
    o Geldige werkvergunning
    o Zorg eerst voor de juiste toestemming voordat je een leiding openmaakt
    o Volg de Management of Change procedure
    o Zorg eerst voor de juiste toestemming voordat je kritische veiligheids-apparatuur of beveiligingen buiten werking stelt of overbrugt.
  • Bescherming:
    o Test de kwaliteit van de lucht in een besloten ruimte voordat je deze ruimte betreedt
    o Bescherm jezelf tegen vallen wanneer je op hoogte werkt
    o Hijsen en takelen: blijf buiten het gebied waar een last naar beneden kan vallen
    o Veiligheidsgordel dragen.
  • Bewust en verantwoordelijk gedrag:
    o Geen alcohol of drugs op het werk. Roken alleen op daarvoor aangewezen plekken
    o Plan je reis en houdt je aan het plan (advies t.a.v. reizen buiten de BCC)
    o Rijd verantwoord, vermijd telefoneren en houd je aan de maximumsnelheid
    o Stel machines en apparatuur veilig volgens de LOTO(TO) procedure voordat iemand er aan gaat werken.

2.7 Last Minute Risk Assessment

De Last Minute Risk Assessment (LMRA) leert uitvoerenden om vlak voor het begin van werk met verhoogd risico een korte controle uit te voeren of:
(1) alle voorzieningen in goede staat en aanwezig zijn,
(2) andere voorgeschreven maatregelen duidelijk en adequaat zijn en
(3) of er nog zichtbare andere risico’s aanwezig zijn.
De LMRA wordt uitgevoerd aan de hand van de LMRA kaart, direct voor aanvang op de werkplek door de medewerkers die het werk gaan doen. Als er vragen met “nee” worden beantwoord dan mag het werk niet beginnen totdat deze zaak verholpen is en de vraag dientengevolge met “ja” beantwoord kan worden.

Verdere informatie staat op de Chemelot LMRA website.

2.8 Elektrotechnische Veiligheid

Elektrotechnische veiligheid is in detail uitgewerkt in het Elektrotechnisch bedrijfsvoorschrift (EBV). Het regelt onder andere verschillende bevoegdheden en werkzaamheden: schakelhandelingen, in bedrijfstellen, elektrotechnisch werk, keuringen, enz.

Privé toestellen, b.v. huishoudelijke apparatuur, tv’s, zend-, ontvangst- en afspeelapparatuur zijn toegestaan, vooropgesteld dat zij aan dezelfde veiligheidseisen voldoen als voor overige elektrische apparatuur geldt, zoals hieronder beschreven in het EBV.

Het volledige Elektrotechnisch Bedrijfsvoorschrift is te vinden bij de Brightlands Chemelot Campus regelgeving. Vragen hierover kunt u stellen aan de BCC Installatieverantwoordelijke.

2.9 Verkeer en transport

Op het hele Campusterrein geldt het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). De maximum toegestane snelheid is 30 km/u. Parkeren is alleen toegestaan op plaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven.

Leveranciers ontvangen van de receptie een dagpas, een chauffeurs veiligheids-instructiekaart en een veiligheidskaart. Vrachtwagenchauffeurs die vaak anderstalig zijn komen o.b.v. de reguliere site procedure via Gate 1 op het Chemelot Industrial Park naar de Campus via de noordgate (bij parking P5) of de zuidgate (Bosmanpoort).

Voor vragen kunt u zich wenden tot de property manager infrastructuur.

Transport van chemicaliën over de openbare weg is aan een groot aantal wettelijke regels gebonden. Denk ook aan het verzenden van monsters, proefpartijen, enz. BCC heeft de expertise van een deskundige op dit gebied ingehuurd via Sitech Services.

2.10 Utilities

BCC levert verschillende nutsvoorzieningen (utilities): elektriciteit; perslucht; meetlucht; stikstof; diverse soorten water; stoom; aardgas en speciale gassen. Voor leveringsverzoeken, vragen, opmerkingen en klachten contact opnemen met de ServiceDesk Brightlands, tel. +31889995777.

2.10.1 Kritische installaties

De campus heeft een aantal veiligheidskritische installaties. Het beheer ligt bij de Property Manager van het gebouw (bereik-baar via de Servicedesk). Werk aan of in nabijheid van deze installaties kan risico’s en verstoringen veroorzaken. Daarom zijn overleg en afspraken tussen de huurder, de Property Manager en het Operationeel Centrum/CvD nodig. Deze installaties omvatten:

  • Gebouwgebonden
    o Aardings- en bliksemafleidingsinstallaties
    o Toegang tot daken en valbeveiliging-voorzieningen
    o Gebouwgebonden asbest
    o Gebouwgebonden hijsinstallaties
    o Brand- en rookcompartimentering
    o Luchtbehandelinginstallaties
    o Besloten ruimtes
    o Liften
    o Vluchtwegen/ vluchtdeuren/ vluchtluiken
  • Nood- en brandvoorzieningen
    o Brandblusmiddelen
    o Brandmeldinstallaties
    o Omroepinstallaties
    o Noodverlichting
    o Redelijke Dichte Ruimten
  • Lab- en chemicaliënvoorzieningen
    o ATEX zones rond leidingen
    o Chemicaliënopslag in gebouwen: Kasten & Chemiekluizen
    o Legionellabestrijding
    o Oog- en Nooddouches
    o Aardgasreduceerstations
    o Zuurkasten, incl. afzuigingen
    o Mechanische & Instrumentele Beveiligingen
    o Vloeistofdichte Lekbakken – vloeren
    o Medialeidingen over het terrein en in gebouwen.

2.11 Overwerk en solitair werken

Er is sprake van solitair werk als er geen ander persoon in de onmiddellijke nabijheid is. Dergelijk werk heeft een verhoogd risico. Solitair werken op lab ruimtes en miniplant installaties is niet toegestaan zonder Safetel bewaking. Stagiairs en tijdelijke medewerkers mogen niet solitair werken.

Bij het Operational Center/CvD zijn persoonsbewakingsapparaten (‘Safetel’) te leen waarmee een solitair werkende op afstand is te monitoren).

Werken buiten de reguliere werktijden (07:00-19:00) is toegestaan na aanmelding bij het Operational Center (geb.30, tel. +31651425015).

2.12 Zones met explosiegevaar

Nabij leidingen met brandbare en explosieve stoffen kan explosiegevaar ontstaan. In deze zgn. ATEX zones gelden speciale voorschriften voor o.a. electrotechnische installaties en appa¬ratuur. Deze zones worden vastgesteld conform NPR 7910 en vastgelegd in ExplosieVeiligheidsdocumenten (EVD).

Wijzigingen in EVD’s en ATEX-zonering moeten worden ingebracht in de BCC ATEX-commisie. Deze beoordeeld namens de BCC community de kwaliteit van de rapporten conform de NPR7910. De Servicedesk & Property Managers beheren deze documenten.

2.13 Roken, alcohol en drugs

In verband met de veiligheid en de gezond-heid mag alleen worden gerookt in de aangegeven rookruimtes. Deze zijn in gebouwen 01, 04, 30, 59, 92, 110. Dit geldt ook voor de zgn. E-sigaret.

Alcoholhoudende dranken en drugs zijn op de campus niet toegestaan. Het onder invloed verkeren van alcohol of andere verdovende middelen is ook niet toegestaan.
Met vragen over de rookruimtes kunt u terecht bij de ServiceDesk, tel. +31889995777.

2.14 Legionellapreventie

Brandslanghaspels, oog- en nooddouches zijn verzegeld. Ze maken deel uit van de gebouwgebonden voorzieningen en worden beheerd door BCC. Als deze voorzieningen in noodgevallen zijn gebruikt, dan melden de betrokkenen (slachtoffer, omstanders) dat bij de verbandkamer van het ACC zodat mogelijke Legionellabesmetting tijdig wordt onderkend.

2.15 Drukapparatuur

Apparatuur (vaten, leidingen, installatiedelen, enz.) met een maximaal toelaatbare overdruk van 0.5 bar of meer vallen onder de Europese Richtlijn voor drukapparatuur (Richtlijn 97/23/EG. Ook bekend als de Pressure Equipment Directive (PED). De huisbaas beheert de verplichte documenten (constructiedossiers, keuringsnormen, certificaten, e.d.). Vragen kunt u stellen aan de deskundigen.

2.15.1 Gasflessen

Gasflessen staan alleen in daarvoor bestemde kasten en nissen, buiten de werkplaats of labzaal. De sitemanager geeft toestemming voor het plaatsen van gasflessen op labzaal na instemming door de Acceptatiecommissie met een beargumenteerd verzoek. Gebruik daarvoor dit formulier.

De huisbaas is verantwoordelijk voor de registratie, ontheffing en tijdige periodieke keuring van alle gasflessen onder zijn beheer.

Alle gasflessen op de Campus staan geregistreerd in CISPro. Ook dient u rekening te houden met het wettelijk verplichte keuringsregime voor druktoestellen.

Mensen die de instructie ‘gasflessen aansluiten en afkoppelen’ succesvol hebben afgerond mogen deze handelingen uitvoeren.
Voor gasflessen op laskarren, propaanflesjes (‘camping gas’), PA-toestellen en brandblussers in de werkruimtes of op labzalen is geen ontheffing vereist.

2.15.2 Reduceertoestellen

Montage van reduceertoestellen is voorbehouden aan mensen die de instructie Omgaan met reduceertoestellen succesvol hebben gevolgd.
De beheerder van de gasnetten en drukhouders en drukapparatuur vertelt u graag meer.

2.16 Complexvergunning KEW

De Brightlands Chemelot Campus is deelvergunninghouder van de locatiebrede complexvergunning in het kader van de Kernenergiewet (KEW). Deze vergunning is bestemd voor de toepassing van (natuurlijke) radioactieve stoffen en röntgentoestellen door alle bewoners op de Campus.

Het toezicht op het gebruik van (natuurlijke) radioactieve stoffen en/of röntgentoestellen binnen de deelvergunning is opgedragen aan de commissie Beheer Radioactieve Stoffen, verder genoemd Beheer RAS. Meer informatie is te verkrijgen bij de Algemeen Coördinerend Stralingsdeskundige CSP BV.

Iedere nieuwe toepassing of wijziging van een bestaande toepassing van een radio-actieve bron of röntgentoestel moet door de huisbaas bij Beheer RAS worden aangevraagd. Pas nadat Beheer RAS schriftelijk toestemming heeft verleend kan de (wijziging van de) toepassing worden uitgevoerd, onder de door Beheer RAS vastgestelde voorwaarden.

Het afvoeren van radioactieve stoffen, van apparatuur, toestellen, meetinstrumenten, ionisatierookmelders (ook van vrijgestelde melders) die radioactieve bronnen bevatten, van röntgentoestellen, etc. dient te gebeuren in overleg met Beheer RAS.

Daar waar sprake is van radioactieve bronnen en/of röntgentoestellen dient het verantwoordelijk lijnmanagement van de huisbaas via Beheer RAS te zijn geïnstrueerd m.b.t. de geldende regelgeving op het gebied van ioniserende straling. Bedieningspersoneel van apparatuur, welke radioactieve bronnen en/of röntgentoestellen bevat, dient eveneens via Beheer RAS te zijn geïnstrueerd in het gebruik hiervan.

3 Uw veiligheid

3.1 Operational Center

Het Operational Center in Gebouw 30 is de uitvalsbasis van de Chef van Dienst en de Day Officer. Dit is de spil voor de dagelijkse preventieve en corrigerende zorg voor veiligheid op de campus. Deze post is 24/7 bezet en heeft het beste overzicht over de utilities, (status, handleidingen, enz.) verschillende werkzaamheden en. Vanuit het Operational Center worden werkvergunningen voorbereid, afgegeven en ingenomen. Ook bij alarmering en calamiteitenbestrijding heeft hij een centrale rol op de Campus. Tel. +31464767182.

3.2 Zelf alarm slaan

Bel het alarmnummer (046-47)66666 bij:

  • Medische calamiteiten (ongevallen, onwel worden, vergiftiging)
  • Andere ongewone voorvallen (brand, explosie, incidenten met transportmiddelen (tankauto's e.d.)
  • Incidenten met een radioactieve bron
  • Incidenten met leidingen in kolommenbanen
  • Gasuitbraak
  • Ernstige lucht-, water- en/of bodemverontreiniging.

Het alarmnummer (046-47)66666 geeft verbinding met de Centrale Meldkamer van de Chemelot-site (het Alert and Care Centre ACC). Noem uw naam en telefoonnummer, de plaats van het voorval (gebouw, verdieping, kamernummer) en beantwoord verdere vragen.
Informeer ook de Chef van Dienst, bel het BCC calamiteitennummer +31464764444. De Chef van Dienst zal dan adequate maatregelen nemen en – indien nodig - een Campus noodplan in werking zetten.
Als u een onveilige situatie (bijna ongeval, near-miss) ziet kunt u dit het beste bij het Operational Center melden.

3.3 Sirene-alarm

De Chemelot site kent verschillende sirenegebieden. De campus is sirenegebied 22 . Als het sirene alarm afgaat dan is er onmiddellijk (dreigend) groot gevaar.
Het begin van het sirene-alarm is een opgaande huiltoon van 3s, gevolgd door een neergaande huiltoon van 5s. Dit houdt 1 à 3 minuten stand. Via de omroep wordt een toelichting gegeven welk gebied het alarm betreft en wat te doen. Als het gevaar geweken is wordt het veiligsignaal gegeven. Dit is een constante toon van 2 minuten. De omroepberichten zijn na te luisteren op tel. +31464768709.

Er klinkt sirene-alarm: wat nu?

  • Stop uw werkzaamheden op een veilige manier.
  • Bent u buiten? Ga dan direct een gebouw binnen.
  • Volg de bewegwijzering naar een redelijk dichte ruimte (RDR)
  • Ga de redelijk dichte ruimte binnen en sluit ramen en deuren.
  • Schakel de ventilatie uit met de stopknop (indien aanwezig).
  • Volg de aanwijzingen via de omroep en van de appèlleider.
  • Volg de afspraken voor melding en appèl die voor uw bedrijf of afdeling gelden.
  • Blijf in de redelijk dichte ruimte tot u het signaal ‘veilig’ hoort of een gesproken mededeling van die strekking via de omroep.
  • Beperk het telefoonverkeer.

De plaatselijke leidinggevende treedt op als appèlleider en zal met de lijst van medewerkers in dat gebouw en de aanwezigen vaststellen of er vermiste personen zijn. Een per-soon is vermist als er reden zijn om aan te nemen dat hij/zij zich ophoudt in het gevarengebied. Vermoedelijk vermiste personen worden gemeld bij de Bevelvoerder Campus op +31464764444 of +31622904304.
Als duidelijk wordt dat als-vermist-gemelde personen in veiligheid zijn, dan zal de appèlleider de vermissing afmelden.

3.4 Ontruiming

Iedereen op de campus is bevoegd een (beperkte, plaatselijke) ontruiming te starten wanneer dat nodig geacht wordt. De aanleiding (calamiteit, ongeval, voorval) dient zo snel mogelijk gemeld te worden bij:
(1) Centrale Meldkamer (alarmnummer (046-47)66666) van het ACC,
(2) de plaatselijke leidinggevende en
(3) Chef van Dienst +31464764444 of +31622904304

Grotere ontruimingen (bijv. van een heel gebouw) worden via de omroep aangekondigd.

3.5 Ontruimen: hoe doe je dat?

  • volg de opdracht tot ontruiming altijd op• stop uw werkzaamheden op een veilige manier
  • tref maatregelen om te voorkomen dat de ontruimde ruimte opnieuw wordt betreden
  • volg de instructies over te volgen vluchtroute naar de appèlplaats op

De plaatselijke leidinggevende zorgt voor af-spraken binnen zijn bedrijf of afdeling over:

  • het veiligstellen van apparatuur bij ontruiming en sirenealarm
  • wie de leiding heeft bij een beperkte, plaatselijke ontruiming
  • het houden van appèl
  • de te gebruiken appèlplaats
  • het telefonisch melden van het aantal vermisten aan de Bevelvoerder Campus via nummer +31464764444.

4 Milieuvergunningen

4.1 Algemeen

Hoofdstuk 1.6 geeft de grote lijnen van de BCC milieuvergunning weer. Voor huurders en hun medewerkers levert de BCC koepelvergunning enerzijds voordelen op met flexibiliteit en voorkomen van langdurige vergunningsprocedures. Anderzijds is er geen sprake van “vrijheid blijheid”: BCC is gehouden aan de deelvergunning en hierop is ook de huurovereenkomst gebaseerd. De gehele Campus gemeenschap is samen verantwoordelijk voor het behoud van de License to Operate.
De milieubelasting van kantoormedewerkers wordt aangestuurd en bewaakt door BCC. Om de milieubelasting van laboratoriumwerk en het bedrijven van proeffabrieken en mini-plants te bewaken zijn onderstaande regels nodig.

Wijzigingen in de bedrijfsvoering buiten de afgesproken kaders worden altijd aangemeld bij Property Manager van BCC en via BCC MoC werkwijze afgewikkeld. Denk hierbij aan capaciteitsuitbreiding, hogere drukken en temperaturen, andere chemicaliën, enz. De Property Managers adviseren en bevragen de huurder opdat scherper duidelijk wordt wat de wensen zijn of hoe daaraan voldaan kan worden binnen de beschikbare (milieu)kaders. Zie ook paragraaf 2.6.2 "SHE risico's bij wijzigingen".

4.2 Chemicaliënadministratie

Het programma CISPro wordt gebruikt voor beheer en administratie van de voorraden chemicaliën. Deze informatie wordt ook gebruikt bij het milieujaarverslag en het bijwerken van brandweeraanvalsplannen.

De BCC SHE manager zal u verder helpen.

4.2.1 Afvalstoffen

Afvalstoffen worden op de Campus gescheiden ingezameld en verwerkt. Bijlage … is de BCC afvalwijzer.

Meer informatie bij de manager afvalstoffen, tel. +31464767789.

4.3 Ongewone voorvallen

Bijzondere, onverwachte voorvallen zijn onvermijdelijk verbonden met doen van onderzoek en ontwikkeling. Noteer al deze gevallen in het labjournaal, productielogboek, o.i.d. Als de gevolgen van het voorval merkbaar zijn buiten uw eigen gebied, dan is melding aan het Operationeel Centrum / de Chef van Dienst noodzakelijk. Zij zullen - indien nodig - alarm slaan, de melding registreren en - indien nodig - doorsturen. Bijvoorbeeld melden aan overheden bij lekkages naar de bodem of oppervlaktewater of informeren van mede-campusbewoners.

Het belang van melden kan niet genoeg benadrukt worden. Hiervoor moeten psychologische en sociale barrières worden overwonnen. Anderzijds is volledig (en pro-actief) melden essentieel voor de campus en haar License to Operate.

5 Site toegang

Voor toegang tot en beveiliging van het campusterrein gelden andere regels dan voor toegang tot het industriële deel van het Chemelot terrein. De toegangsinstructie geeft enkel toegang tot de Campus: toegang tot het Industrial Park is hier niet aan gekoppeld maar dient via aparte instructie en toegangsregeling te gebeuren via Sitech Park Services (bij gate 5). De toegang tot de Campus blijft afgescheiden van de buitenwereld door tourniquets (voetgangers/fietsers en slagbomen (auto’s) en is enkel voor geautoriseerde personen. Buiten de reguliere openingsuren is de Campus afgesloten met een hekwerk met paslezer voor het aanmelden.

5.1 Toegangpassen

Met de BCC passen, die door BCC in eigen beheer uitgegeven worden met registratie in AEOS, heeft men enkel toegang tot BCC.

De BCC passen hoeven niet zichtbaar gedragen te worden op BCC: de registratie van bewoners/bezoekers heeft met name met veiligheid te maken en laat personen toe zich vrij over de campus te bewegen. De security grenzen liggen op gebouw niveau en betrokken huisbazen kunnen pasdraagplicht binnen hun huisbaasgebied opleggen. BCC maakt gebruik van de site standaard voor passen waardoor compatibiliteit is verzekerd.

Bewoners/bezoekers kunnen vanuit security oogpunt verzocht worden om de BCC pas te tonen en zich te legitimeren.

De campus hanteert 5 soorten toegangspas:

1. Bewonerspas: Voor bewoners van de bedrijven gehuisvest op de Campus.

2. Firmapas: voor medewerkers van firma’s die regelmatig voor BCC of één van de huurders werken of voor de duur van een project of een stop toegang moeten hebben.

3. Bezoekerspas: bezoekers worden aangemeld door de ontvangende afdeling en doen alleen kantoorwerk --> e-ticket via digitale aanmelding per e-mail. U ontvangt een online instructie; Na aanvinken gelezen en begrepen ontvangt u een QR-code die bij slagboom of tourniquet gescand kan worden.

4. Dagpas: Voor bewonerspashouders en firmapashouders die tijdelijk niet beschikken over hun vast pas; voor firmamedewerkers die minder dan 5 dagen op de campus zullen zijn en chauffeurs van leveranciers.

5. Studenten ontvangen van hun opleidingsinstituut een pas die toegang geeft tot de Campus en de ruimtes die door het instituut zijn gehuurd.

Bewoners kunnen voor een nieuwe medewerker een bewonerspas aanvragen met het Aanmeldingsformulier Campusbewonerpas bij de receptie in Center Court.

Firmapassen worden aangevraagd door de Day Officer met een ingevuld formulier “Aanmelding Firmapas / Werkgeversverklaring voor firmapas.” Aanvraag formulieren worden door de chef van dienst/Day Officer getoetst en ondertekend. De contractor vraagt zelf de pas aan.

Vóór uitgifte wordt de campusinstructie met positief resultaat gevolgd. Dit kan bij de receptie en op internet.

Voor bewoners of firmamedewerkers die geen paspoort van een EU-lid of bij EU aangesloten land (SE, CH, LI, IS) hebben is een tewerkstellingsvergunning noodzakelijk. Als zij in Nederland wonen dan is bovendien een verblijfsvergunning nodig.

5.2 Ontvangst

Bezoekers worden ontvangen, geïnstrueerd en begeleid door hun gastheer/gastvrouw. De veiligheidskaart kan hierbij worden gebruikt.

Nieuwe medewerkers vallen onder het toezicht en instructie van de inlenende bewoner of firma.
De reguliere openingsuren van de campus zijn op werkdagen van 07:00 tot 20:00. Bij werken buiten deze uren melden bij de Chef van Dienst. Aanwezigheid op de campus wordt geregistreerd middels de toegangspoortjes.

Filmen en fotograferen in open lucht en ruimten voor algemeen gebruik is toegestaan voor niet-commerciële doeleinden. Het vanaf de campus filmen en fotograferen van activiteiten en/of installaties op het naastgelegen Chemelot Industrial Park is echter niet toegestaan.

De Brightlands Chemelot Campus hanteert als minimum leeftijdsgrens voor reguliere toelating 16 jaar (toegang via passysteem).
In uitzonderingsgevallen wordt een leeftijdsgrens van 10 jaar toegestaan ter beoordeling van de BCC site manager. Deze jeugdige personen (10-15 jaar) worden altijd begeleid en bewegen zich dus niet zelfstandig over de campus. Er wordt bijzondere aandacht besteed aan specifieke instructie voor deze jongeren op maat en in begrijpbare taal om maximale zelfredzaamheid te borgen. Conform site regelgeving kunnen in specifieke gevallen afspraken worden gemaakt waarbij ontheffing van de minimumleeftijd mogelijk is, zulks ter beoordeling van de BCC site manager.

Beveiligingsmedewerkers mogen mensen op de campus visiteren en - indien nodig - Proces Verbaal opmaken.

5.3 Toegang met voertuigen

Houders van een bewonerspas of een firmapas mogen met hun auto de campus op, met inachtname van de verkeersregels en de snelheidslimiet van 30km/h.

De bestuurders van voertuigen moeten voor de eventuele passagiers hun passen of QR-codes inlezen bij het passeren van de slagbomen (in en uit).

Alle voertuigen worden geparkeerd op de daarvoor aangewezen plaatsen: parkeerterreinen, -garage, -vakken, fietsen- en motorstalling.
Leveranciers ontvangen een dagpas en een veiligheidskaart.

Property Manager Infrastructuur kan meer informatie verstrekken over de toegangs- en beveilligingsregels.

6 Brand en andere calamiteiten

BCC maakt deel uit van de Chemelot site en is daardoor verplicht:

  • Fysieke bedrijfsprocessen te beschrijven en deze beschrijvingen en actueel houden als onderdeel van het Chemelot veiligheidsrapport (VR)
  • Het hebben en onderhouden van en oefenen met een fabrieksnoodplan als onderdeel van het (Chemelot) bedrijfsnoodplan.

Het BCC fabrieksnoodplan omvat alle relevante informatie over de gebouwen op de campus die de brandweer nodig heeft voor het bestrijden van een calamiteit. Het BCC fabrieksnoodplan wordt bijgehouden door de CvD en beschrijven o.a. sprinkler-installaties, brandmeldinstallaties, blusvoorzieningen, vluchtwegen. Maar ook: tekeningen van leidingnetten met giftige en brandbare stoffen. Ook informatie over chemicaliën opslag en beheer uit CISPro wordt hierin verwerkt.

Voor meer informatie: neem contact op met Chef van Dienst belast met bijhouden van BrandweerAanvalsplannen.

Download de Regulations Brightlands Campus (pdf).

Inhoud

1 Inleiding

1.1 Wat, waarom, van en voor wie?
1.2 Grondslagen en context
1.3 Toezicht en handhaving
1.4 Werkingsgebied en ontheffing
1.5 Bekendmaking en verspreiding
1.6 Milieuvergunning
1.7 Arbowet
1.8 Beveiliging
1.9 Leeswijzer

2 Veiligheid gezondheid en milieu

2.1 Doel
2.2 Rollen
2.3 Ongevallen en voorvallen melden
2.4 Aannemers
2.5 Opleiding en instructie
2.5.1 VCA aannemerpersoneel
2.5.2 Poortinstructie
2.5.3 Bedrijfshulpverlening
2.5.4 Last Minute Risk Assessment
2.5.5 Aansluiten gasflessen
2.5.6 Operationele beheerselementen

2.6 Brightland Campus Practices
2.6.1 Beheersen van SHE risico’s
2.6.2 SHE risico’s bij wijzigingen
2.6.3 Werkvergunningen
2.6.4 Lock-out Tag-out Try-out
2.6.5 Life Saving Rules

2.7 Last Minute Risk Assessment
2.8 Elektrotechnische Veiligheid
2.9 Verkeer en transport
2.10 Utilities
2.10.1 Kritische installaties

2.11 Overwerk en solitair werken
2.12 Zones met explosiegevaar
2.13 Roken, alcohol en drugs
2.14 Legionellapreventie
2.15 Drukapparatuur
2.15.1 Gasflessen
2.15.2 Reduceertoestellen

2.16 Complexvergunning KEW

3 Uw veiligheid

3.1 Operational Center
3.2 Zelf alarm slaan
3.3 Sirene-alarm
3.4 Ontruiming
3.5 Ontruimen: hoe doe je dat?

4 Milieuvergunningen

4.1 Algemeen
4.2 Chemicaliënadministratie
4.2.1 Afvalstoffen
4.3 Ongewone voorvallen

5 Site toegang

5.1 Toegangpassen
5.2 Ontvangst
5.3 Toegang met voertuigen

6 Brand en andere calamiteiten

7 Bijlagen

Lijst van links naar bijlagen
7.1 Rollen en roldragers
7.2 Belangrijkste wijzigingen